ECLI:NL:HR:2003:AF4602
Hoge Raad
- Cassatie
- P. Neleman
- J.B. Fleers
- H.A.M. Aaftink
- A.G. Pos
- A. Hammerstein
- F.B. Bakels
- Rechtspraak.nl
Vaststelling geldigheid cessie en aansprakelijkheid bank na fusie en wanprestatie
De zaak betreft een geschil tussen eiser en de Rabobank over de geldigheid van een vordering die door cessie was overgedragen en de aansprakelijkheid van de bank na een fusie. Eiser had een vordering op La Cabaña B.V. gecedeerd aan Rabobank Rijswijk en was borg gesteld voor een lening. Na faillissement en een fusie tussen banken ontstond onduidelijkheid over de overdracht van de vordering aan de voortzettende bank.
De Rabobank vorderde betaling van een bedrag dat volgens haar nog openstond, terwijl eiser stelde dat de vordering niet rechtsgeldig was overgedragen en dat hij onverschuldigd had betaald. De rechtbank wees de vordering toe bij verstek, maar in hoger beroep werd het vonnis vernietigd en de vorderingen afgewezen.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof een onjuiste rechtsopvatting had over de omschrijving van de overgedragen vorderingen in de fusieakte en dat onvoldoende was gemotiveerd waarom de vordering niet onder de cessie viel. Ook werd geoordeeld dat de beoordeling van de intenties van partijen bij cessie moet worden gebaseerd op redelijke verwachtingen en gedragingen. Het arrest van het hof werd vernietigd en de zaak verwezen voor verdere behandeling.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen naar het Gerechtshof te Amsterdam voor verdere behandeling.