ECLI:NL:GHAMS:2009:BP2594
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- F.J.P.M. Haas
- J. den Boer
- W.M.G. Visser
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen naheffingsaanslagen en boeten motorrijtuigenbelasting taxi
De inspecteur van de Belastingdienst legde aan belanghebbende, een taxichauffeur, twee naheffingsaanslagen motorrijtuigenbelasting (MRB) en boeten op wegens vermeende onjuiste vrijstelling voor een taxi over de jaren 1998-2000. De rechtbank vernietigde deze aanslagen en boeten, omdat de naheffing zich volgens haar beperkte tot een periode van twaalf maanden voorafgaand aan de constatering van het feit.
De inspecteur ging in hoger beroep en voerde aan dat de rechtbank ten onrechte de naheffing beperkte. Het hof oordeelde dat de rechtbank de toepasselijkheid van artikel 76, tweede lid, Wet MRB verkeerd had geïnterpreteerd en dat de inspecteur op grond van artikel 20 AWR Pro bevoegd was om de naheffingsaanslagen over een langere periode op te leggen.
Het hof stelde vast dat belanghebbende onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de taxi geheel of nagenoeg geheel voor taxivervoer werd gebruikt, waardoor naheffing terecht was. Omdat de rechtbank niet had geoordeeld over de materiële juistheid van de naheffingsaanslagen en boeten, verwees het hof de zaak terug voor volledige herbeoordeling.
De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd, behoudens het griffierecht, en de zaak werd terugverwezen naar de rechtbank Haarlem voor verdere behandeling. Het hof sprak geen kostenveroordeling uit voor het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof vernietigt het vonnis van de rechtbank en wijst de zaak terug voor volledige herbeoordeling van de naheffingsaanslagen en boeten.