ECLI:NL:GHAMS:2010:BL3746
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen beslissing kamer toezicht notarissen
Klager diende een klacht in tegen een notaris, welke door de fungerend voorzitter van de kamer van toezicht notarissen als kennelijk ongegrond werd afgewezen. Klager stelde hiertegen verzet in, dat door de kamer eveneens ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde klager hoger beroep in bij het Gerechtshof Amsterdam.
Het hof oordeelde dat op grond van artikel 99 lid 10 van Pro de Wet op het Notarisambt geen rechtsmiddel openstaat tegen een beslissing van de kamer die het verzet tegen een kennelijk ongegronde klacht ongegrond verklaart. Klager kon daarom niet in hoger beroep worden ontvangen. Het hof stelde vast dat geen sprake was van het niet in acht nemen van essentiële vormen bij de behandeling van het verzet.
Daarmee verklaarde het hof klager niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep. De beslissing van de kamer van toezicht notarissen bleef daarmee in stand. De uitspraak werd gedaan door mrs. L. Verheij, A.M.A. Verscheure en P. Blokland op 9 februari 2010.
Uitkomst: Klager is niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep tegen de beslissing van de kamer toezicht notarissen.