ECLI:NL:GHAMS:2010:BL3754
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen niet-ontvankelijkheid in klacht tegen notaris over erfgenamenverklaring
Appellant diende een klacht in tegen een notaris die volgens hem ten onrechte alleen de zoon als erfgenaam had benoemd in een verklaring van erfrecht, terwijl ook de kleinkinderen erfgenaam zouden moeten zijn. De klacht werd door de Kamer van Toezicht over de Notarissen en Kandidaat-notarissen te Rotterdam niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de driejarige termijn.
Appellant stelde hoger beroep in tegen deze beslissing. Het hof oordeelde dat het beroep tijdig was ingesteld, omdat de beslissing pas op 5 januari 2009 aan appellant was toegezonden, waardoor de termijn van dertig dagen pas daarna begon te lopen. Hierdoor was appellant ontvankelijk in zijn hoger beroep.
Het hof heeft het onderzoek in hoger beroep verricht en kwam tot de conclusie dat er geen aanleiding was om af te wijken van de eerdere beslissing van de kamer. Het hof bekrachtigde daarom het vonnis van niet-ontvankelijkheid van de klacht. De klacht werd dus niet inhoudelijk behandeld, omdat deze te laat was ingediend.
Uitkomst: Het hof verklaart appellant ontvankelijk in hoger beroep maar bekrachtigt de niet-ontvankelijkheidsverklaring van zijn klacht tegen de notaris.