ECLI:NL:GHAMS:2010:BL5234
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- E.A.G. van der Ouderaa
- J. den Boer
- E.F. Faase
- Rechtspraak.nl
Beoordeling arbeidsrelatie en VAR-status beeldend vormgever en docent
Belanghebbende is beeldend vormgever en docent die cursussen verzorgt voor Stichting A. Zij vroeg een verklaring arbeidsrelatie (VAR) aan voor de jaren 2006 en 2007, stellende dat zij als ondernemer een overeenkomst met haar opdrachtgevers heeft en ondernemersrisico loopt. De inspecteur gaf een VAR-row af voor 2006, maar stelde dat de werkzaamheden als docent als loon uit dienstbetrekking moesten worden aangemerkt.
De rechtbank oordeelde in eerste aanleg dat de VAR-row moest worden gewijzigd in een VAR-loon. Het Hof vernietigt deze uitspraak en stelt dat de activiteiten voor Stichting A als een afzonderlijke activiteit moeten worden beschouwd, omdat deze niet zodanig in het verlengde liggen van haar kunstenaarschap dat ze als één activiteit kunnen worden gezien. Het Hof concludeert dat belanghebbende niet als ondernemer kan worden aangemerkt voor deze werkzaamheden.
Het beroep wordt ongegrond verklaard voor de VAR-periode 7 augustus tot en met 31 december 2006 en niet-ontvankelijk verklaard voor het jaar 2007, omdat er geen beslissing op de aanvraag voor dat jaar is genomen. De inspecteur wordt veroordeeld in de proceskosten van belanghebbende.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard voor de VAR-periode 2006 en niet-ontvankelijk voor 2007; belanghebbende wordt niet als ondernemer aangemerkt voor haar werkzaamheden ten behoeve van Stichting A.