ECLI:NL:GHAMS:2010:BL7574
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- A. P.M. van Rijn
- A. Bijlsma
- B. Emmerig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging navorderingsaanslag wegens overschrijding redelijke termijn aankoop lijfrentetermijnen
Belanghebbende sloot in 1999 een kapitaalverzekering met lijfrenteclausule af, die per 1 juli 2004 is geëxpireerd. Volgens de polis had het kapitaal van €7.442,84 binnen een redelijke termijn gebruikt moeten worden voor de aankoop van lijfrentetermijnen. Pas op 30 oktober 2006 verzocht belanghebbende om het kapitaal ineens uit te keren, waarmee hij kenbaar maakte niet tot aankoop over te gaan.
De inspecteur legde een navorderingsaanslag op wegens het niet tijdig aankopen van de lijfrentetermijnen en bracht revisierente in rekening. Belanghebbende stelde dat er sprake was van dwaling en dat hij alsnog de uitkering in periodieke termijnen wilde ontvangen, maar het hof oordeelde dat de overschrijding van de redelijke termijn niet relevant is voor de inspecteur.
Het hof overwoog dat de wettelijke bepalingen, waaronder artikel 3.133 Wet inkomstenbelasting 2001 en artikel 30i AWR, de inspecteur binden bij de fiscale gevolgen van het niet tijdig aankopen. Het hof bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het verzoek van belanghebbende af om overleg te bewerkstelligen of de nadelige fiscale gevolgen beperkt konden worden.
Uitkomst: Het hof bevestigt de navorderingsaanslag en revisierente wegens het niet tijdig aankopen van lijfrentetermijnen.