ECLI:NL:GHAMS:2010:BL9415
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- E.A.G. van der Ouderaa
- H.E. Kostense
- H.N. van der Kolk
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over bewijslast en afwaardering vordering vennootschapsbelasting 2004
Belanghebbende, een dochtervennootschap van A Holding BV, bracht een afwaardering van €374.551 ten laste van het resultaat over 2004 in verband met een vermeende vordering op B BV, die failliet werd verklaard. De inspecteur stelde dat deze vordering niet bestond en wees de aftrek af. De rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond.
In hoger beroep voerde belanghebbende aan alsnog bewijs te kunnen leveren, waaronder een rekening-courantovereenkomst en bankafschriften. De inspecteur stelde dat de administratie van belanghebbende ernstige gebreken vertoonde, wat leidde tot omkering en verzwaring van de bewijslast. Het Hof oordeelde dat de administratie onbetrouwbaar was en dat belanghebbende niet overtuigend had aangetoond dat de vordering bestond en omvang had.
Het Hof bevestigde dat de correctie van de inspecteur op een redelijke schatting berustte en verwierp de stelling dat bij niet-naleving van de administratieplicht geen aansluiting meer mag worden gezocht bij de administratie. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aanslag vennootschapsbelasting 2004 blijft ongewijzigd.