ECLI:NL:GHAMS:2010:BL9416
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over aftrekbaarheid rente eigenwoningschuld bij lening voor beleggingen
Belanghebbende en zijn echtgenote bewonen sinds 1990 een eigen woning waarop een hypotheek is gevestigd. In 2004 sloot belanghebbende een lening van €181.000 bij dezelfde bank, die hij gebruikte voor de aankoop van beleggingen. De betaalde rente over deze lening werd door de inspecteur niet als aftrekbare eigenwoningschuld erkend.
De rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond, omdat hij niet kon aantonen dat de lening was aangegaan met het oogmerk de eigen woning te verwerven, verbeteren of onderhouden. Ook het hof oordeelde dat de periode tussen de oorspronkelijke hypotheekverstrekking in 1990 en de lening in 2004 te lang was om te concluderen dat er destijds al een oogmerk was om de uitgaven alsnog met geleend geld te financieren.
Belanghebbende stelde dat hij vertrouwen had gekregen dat de lening als eigenwoningschuld zou worden aangemerkt, maar het hof vond geen toezeggingen van de inspecteur die dit vertrouwen rechtvaardigden. De stelling dat het geleende bedrag in 2004 ook in 1990 had kunnen worden opgenomen en besteed aan de woning werd verworpen. Het hof bevestigde dat de rente en kosten van de lening niet aftrekbaar zijn en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de rente op de lening voor beleggingen is niet aftrekbaar als eigenwoningschuld.