ECLI:NL:GHAMS:2010:BM2411
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- J. den Boer
- E.A.G. van der Ouderaa
- E.F. Faase
- Rechtspraak.nl
Beoordeling landbouwvrijstelling en correctie bedrijfskosten bij verkoop landbouwgrond
Belanghebbende verkocht een perceel landbouwgrond en stelde dat de winst onder de landbouwvrijstelling viel omdat het perceel binnen het kader van een landbouwbedrijf werd gebruikt. De inspecteur betwistte dit en stelde dat het perceel vanaf 2003 grotendeels buiten het landbouwbedrijf werd aangewend, mede door het houden van sport- en pensionpaarden.
De rechtbank stelde vast dat het perceel werd gebruikt voor het fokken en opfokken van paarden, een zelfstandige landbouwactiviteit, en dat het gebruik voor sport- en pensionpaarden van ondergeschikte betekenis was. Het hof bevestigde dit oordeel en verwierp het standpunt van de inspecteur dat de stoeterijactiviteiten niet los van de overige activiteiten konden worden gezien.
Daarnaast werd in geschil gebracht of de correctie van indirecte bedrijfskosten wegens privégebruik terecht was. Het hof oordeelde dat de inspecteur terecht een deel van de indirecte kosten als privékosten had aangemerkt, omdat paarden tot het privévermogen behoorden en gebruik maakten van bedrijfsgebouwen en landerijen.
Het hof verklaarde het hoger beroep van de inspecteur ongegrond en wees het incidentele hoger beroep van belanghebbende af. Tevens werd de inspecteur veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan belanghebbende.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat de verkoopwinst onder de landbouwvrijstelling valt en keurt de correctie van indirecte bedrijfskosten wegens privégebruik goed.