ECLI:NL:HR:2005:AT4895
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- F.W.G.M. van Brunschot
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- J.W. van den Berge
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt landbouwvrijstelling voor paardenopfokbedrijf
Belanghebbende, een agrarisch ondernemer, verkocht in 1996 een perceel landbouwgrond. De opbrengst van deze verkoop leidde tot een aanslag inkomstenbelasting die na bezwaar en beroep door het Hof werd verminderd op grond van de landbouwvrijstelling. De Staatssecretaris van Financiën stelde hiertegen beroep in cassatie in.
Het geschil betrof de vraag of het paardenopfokbedrijf van de kopers van het perceel als landbouwbedrijf kan worden aangemerkt binnen de betekenis van de Wet op de inkomstenbelasting 1964. Het Hof oordeelde dat dit het geval was, mede omdat het bedrijf onder de paardenhouderij valt, een milieuvergunning bezit, en het gebruik van de paarden na de opfokperiode niet doorslaggevend is.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het Hof en verklaarde het cassatieberoep ongegrond. Het oordeel van het Hof was niet onbegrijpelijk en berustte op feitelijke waarderingen die niet voor toetsing in cassatie vatbaar zijn. De Staatssecretaris werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat het paardenopfokbedrijf een landbouwbedrijf is en verklaart het cassatieberoep van de Staatssecretaris ongegrond.