ECLI:NL:GHAMS:2010:BM3043
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vordering tot overlegging van stukken in geschil over vermeende steekpenningen en ongerechtvaardigde verrijking
De zaak betreft een hoger beroep van een werkgever tegen een vonnis van de kantonrechter Haarlem in een incidentprocedure tussen de werkgever en de echtgenote van een voormalige werknemer. De werkgever vordert onder meer een verklaring voor recht dat de echtgenote onrechtmatig heeft gehandeld door het aannemen van gelden van derden, en daarnaast de betaling van schade en bedragen van ongerechtvaardigde verrijking.
De echtgenote vordert inzage in diverse stukken, waaronder notulen van vergaderingen, managementletters, onderzoeksrapporten en procesdossiers, om haar verweer te kunnen voeren. De kantonrechter wees een deel van deze vorderingen toe, met uitzondering van enkele bijlagen en procesdossiers.
Het hof oordeelt dat de werkgever onvoldoende heeft onderbouwd waarom de echtgenote geen rechtmatig belang zou hebben bij de meeste gevraagde stukken, met name die ter onderbouwing van haar betwisting van het rapport van Ernst & Young. Wel wijst het hof de vordering tot inzage van volledige procesdossiers af, omdat de echtgenote deze niet nodig heeft voor haar verweer tegen de vorderingen die de werkgever in de hoofdzaak wenst te beperken tot ongerechtvaardigde verrijking.
Het hof vernietigt het bestreden vonnis voor zover het de inzage in procesdossiers en de proceskosten betreft, wijst die vordering af, compenseert de kosten en verwijst de zaak terug naar de kantonrechter voor verdere afdoening. Tegen dit arrest staat tussentijds cassatieberoep open.
Uitkomst: Het hof wijst de vordering tot inzage van procesdossiers af, bevestigt inzage in overige stukken en verwijst de zaak terug naar de kantonrechter.