ECLI:NL:GHAMS:2010:BM3872
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep kort geding
- Rechtspraak.nl
Beslag op WAZ-uitkering van in Portugal woonachtige schuldenaar niet in strijd met Europees recht
In deze zaak ging het om een hoger beroep tegen een vonnis waarbij beslag was gelegd op de WAZ-uitkering van een in Portugal woonachtige schuldenaar. De schuldenaar, tevens bestuurder van een failliete vennootschap, stelde dat het beslag onrechtmatig was omdat geen beslagvrije voet was vastgesteld, wat volgens hem in strijd was met Europees recht, met name artikel 10 van Pro verordening 1408/71.
Het hof bevestigde dat het vonnis tot betaling van een boedeltekort uitvoerbaar bij voorraad was verklaard en dat de curator gerechtigd was beslag te leggen. Artikel 475e Rv bepaalt dat voor schuldenaren die niet in Nederland wonen in beginsel geen beslagvrije voet geldt, tenzij zij aantonen onvoldoende middelen van bestaan te hebben. De schuldenaar had een verzoek daartoe ingediend, maar nog geen beslissing ontvangen.
Het hof oordeelde dat artikel 475e Rv niet in strijd is met het Europese recht. De regeling biedt de mogelijkheid tot vaststelling van een beslagvrije voet, waardoor de beginselen van gelijkwaardigheid en doeltreffendheid worden geëerbiedigd. De schuldenaar had niet aannemelijk gemaakt dat hij buiten de WAZ-uitkering onvoldoende middelen van bestaan had. Daarom was het beslag niet onrechtmatig en werd het bestreden vonnis bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en verklaart het beslag op de WAZ-uitkering rechtsgeldig, ondanks het ontbreken van een beslagvrije voet.