ECLI:NL:GHAMS:2010:BM5006
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Ontzetting gerechtsdeurwaarder wegens langdurige negatieve bewaringspositie en misleiding toezicht
De gerechtsdeurwaarder werd door het Bureau Financieel Toezicht (BFT) beschuldigd van het laten ontstaan van meerdere negatieve bewaringsposities in 2008 en 2009, die niet onmiddellijk werden aangevuld. Tevens werd hij verweten aanzienlijke bedragen voor te financieren via zijn kwaliteitsrekening en onrechtmatige overboekingen te hebben gedaan naar zijn kantoorrekening terwijl de bewaringspositie negatief was. Daarnaast verstrekte hij bewust onjuiste en misleidende informatie aan het BFT door bedragen tijdelijk te laten storten om een positieve bewaringspositie te suggereren.
De gerechtsdeurwaarder erkende de klachten deels en gaf aan dat zijn kantoor in een moeilijke financiële situatie verkeerde, mede door verliezen uit een eerdere maatschap en problemen met de boekhouding. Hij stelde dat hij geen geld voor privédoeleinden had opgenomen en dat hij maatregelen had getroffen om de situatie te verbeteren, waaronder het vragen van voorschotten aan opdrachtgevers en het inschakelen van een garantstelling.
Het hof oordeelde dat de gerechtsdeurwaarder ernstig tekort was geschoten in zijn verplichtingen, vooral door het niet tijdig aanvullen van tekorten en het misleiden van het toezicht. Ondanks zijn intenties achtte het hof het zwaarwegend dat hij zich baseerde op een positieve bewaringspositie alleen op de datum van controle en onvoldoende rekening hield met de gevolgen van de garantstelling. Gezien de omvang van de tekorten en eerdere tuchtrechtelijke maatregelen tegen hem, bevestigde het hof de ontzetting uit het ambt als passende maatregel.
Uitkomst: Het hof bevestigt de ontzetting van de gerechtsdeurwaarder uit zijn ambt wegens langdurige negatieve bewaringsposities en misleiding van het toezicht.