ECLI:NL:GHAMS:2010:BM5016
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Schorsing gerechtsdeurwaarder wegens negatieve bewaringspositie en tekortkomingen in beheer
De gerechtsdeurwaarder werd door het Bureau Financieel Toezicht (BFT) beschuldigd van het niet tijdig aanvullen van een negatieve bewaringspositie op zijn bijzondere rekening, in strijd met artikel 19 van Pro de Gerechtsdeurwaarderswet. Het tekort ontstond onder meer door de ontbinding van een maatschap, voorfinanciering van griffierechten en problemen met een nieuw softwarepakket.
De Kamer voor Gerechtsdeurwaarders verklaarde de klacht gegrond en legde een schorsing van een maand op. De gerechtsdeurwaarder ging in hoger beroep en voerde aan dat de negatieve bewaringspositie niet aannemelijk was en dat hij ‘first offender’ was.
Het hof oordeelde dat de gerechtsdeurwaarder onvoldoende bewijs leverde voor het ontbreken van een negatieve bewaringspositie en dat eventuele softwareproblemen voor zijn rekening kwamen. Gezien zijn status als eerste overtreding, de melding van het tekort aan het BFT en het inmiddels opgeheven tekort, beperkte het hof de schorsing tot één week.
De beslissing bevestigt het belang van strikt beheer van derden gelden door gerechtsdeurwaarders en de verantwoordelijkheid om tekorten onmiddellijk aan te vullen, ongeacht externe omstandigheden zoals ontbinding van een maatschap.
Uitkomst: De gerechtsdeurwaarder wordt geschorst voor de duur van één week wegens het niet tijdig aanvullen van een negatieve bewaringspositie.