ECLI:NL:GHAMS:2011:BP2022
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Ontzetting gerechtsdeurwaarder vanwege ernstige tekortkomingen in bewaringspositie en administratie
Het Gerechtshof Amsterdam heeft op 25 januari 2011 het hoger beroep van een gerechtsdeurwaarder verworpen en de ontzetting uit het ambt bevestigd. De gerechtsdeurwaarder had gedurende een lange periode een tekort op zijn bewaringspositie, wat in strijd is met artikel 19 van Pro de Gerechtsdeurwaarderswet. Ondanks eerdere schorsingen en waarschuwingen bleef het tekort oplopen tot € 356.000,00.
De klacht van het Bureau Financieel Toezicht (BFT) betrof onder meer het niet tijdig en onjuist informeren over de bewaringspositie, het niet op orde hebben van de administratie en het niet adequaat aanvullen van het tekort. De gerechtsdeurwaarder erkende problemen met software en personele bezetting, maar stelde dat hij volledige openheid van zaken gaf en inmiddels zijn administratie op orde had.
Het hof oordeelde dat deze externe oorzaken niet ontslaan van de wettelijke verplichtingen en dat de gerechtsdeurwaarder onjuiste informatie had verstrekt. Ook was sprake van recidive, aangezien eerdere klachten en maatregelen niet tot verbetering hadden geleid. Gezien de ernst van de feiten en omstandigheden werd de maatregel van ontzetting uit het ambt met onmiddellijke ingang bevestigd.
Uitkomst: De ontzetting van de gerechtsdeurwaarder uit zijn ambt wordt bevestigd met onmiddellijke ingang wegens ernstige tekortkomingen in de bewaringspositie en administratie.