ECLI:NL:GHAMS:2010:BM5267
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Compensatie voor langdurige vluchtvertraging ondanks technische problemen niet als buitengewone omstandigheid
De appellant kocht vier retourtickets naar Paramaribo, maar de vlucht van 29 juli 2007 werd niet uitgevoerd, waardoor hij en zijn gezin ruim 26 uur later aankwamen. De appellant vorderde compensatie van €2.400,- op grond van EG-verordening 261/2004, artikel 7, omdat de vertraging gelijkgesteld moet worden aan annulering.
De rechtbank had de vordering afgewezen omdat zij oordeelde dat het om een vertraging ging en SLM haar verplichtingen had nagekomen door verzorging van hotel en maaltijden. Het hof oordeelde echter dat volgens het HvJ EU-arrest Sturgeon-Condor en Böck-Air France reizigers bij een aankomst meer dan drie uur na de geplande tijd recht hebben op compensatie, ongeacht of sprake is van annulering of vertraging.
SLM voerde buitengewone omstandigheden aan vanwege technische problemen aan het neuswielbesturingssysteem, maar het hof stelde dat technische problemen in beginsel niet als buitengewone omstandigheden gelden tenzij zij voortkomen uit onvoorziene gebeurtenissen buiten de normale bedrijfsuitoefening. SLM had onvoldoende onderbouwd dat dit het geval was.
Daarom werd de vordering van appellant alsnog toegewezen, inclusief wettelijke rente en kosten, en werd het vonnis van de rechtbank vernietigd. Het arrest werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: SLM is veroordeeld tot betaling van €2.400,- compensatie wegens langdurige vluchtvertraging zonder aantoonbare buitengewone omstandigheden.