ECLI:NL:GHAMS:2010:BM6736
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid tot vernietiging van aandelenlease-overeenkomst verjaard door tijdige kennisneming
In deze zaak stond de vraag centraal of de echtgenote ([R]) bevoegd was de aandelenlease-overeenkomsten, gesloten door haar echtgenoot ([P]) met Dexia Bank Nederland N.V., te vernietigen wegens het ontbreken van haar toestemming zoals vereist op grond van artikel 1:88 BW Pro. [R] had de overeenkomsten buitengerechtelijk vernietigd en vorderde terugbetaling van betaalde termijnen.
De rechtbank had deze vordering afgewezen omdat de bevoegdheid tot vernietiging was verjaard. Het hof bevestigde dit oordeel. De verjaringstermijn van drie jaar vangt aan zodra de echtgenoot van wie toestemming vereist is, daadwerkelijk met de overeenkomst bekend is. Uit bankafschriften van een gezamenlijke en/of-rekening, die mede aan [R] waren gericht, bleek dat zij al in juli 1997 respectievelijk april 2000 met de lease-overeenkomsten bekend was.
Hoewel [R] stelde geen kennis te hebben genomen van deze afschriften en zich niet met financiële zaken bemoeide, vond het hof dit onvoldoende geloofwaardig en onvoldoende onderbouwd. Hierdoor was haar bevoegdheid tot vernietiging op het moment van haar brief in november 2004 reeds verjaard. Het hoger beroep werd daarom verworpen en het vonnis van de kantonrechter bekrachtigd.
Uitkomst: De bevoegdheid tot vernietiging van de lease-overeenkomsten was verjaard, waardoor de vordering van [R] werd afgewezen.