ECLI:NL:GHAMS:2010:BM9236
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bank mocht toestemming voor overdracht achtergestelde lening weigeren
In deze civiele zaak stond de vraag centraal of ABN AMRO Bank terecht toestemming mocht weigeren voor de overdracht van een achtergestelde lening verstrekt door appellant aan Anmax Worksgroup B.V. De lening was achtergesteld ten opzichte van de vordering van ABN AMRO. Appellant wilde zijn vordering overdragen aan Sypro Media Groep, maar ABN AMRO stelde voorwaarden en eiste inzicht in de financiële situatie van de overnemende partij.
Appellant vorderde betaling van de lening en bijkomende kosten nadat ABN AMRO de toestemming had geweigerd. Het hof oordeelde dat ABN AMRO een redelijk belang had bij het verlangen van financiële informatie over Sypro om de kredietwaardigheid te beoordelen. Appellant had onvoldoende gemotiveerd waarom hij niet binnen de gestelde termijn deze informatie kon aanleveren.
Verder concludeerde het hof dat er geen causaal verband bestond tussen de weigering van toestemming en de door appellant gevorderde schade, mede omdat het faillissement van Van der Meer en OTK niet aan ABN AMRO kon worden toegerekend. De grieven van appellant werden afgewezen en de vonnissen van de rechtbank bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat ABN AMRO terecht toestemming voor overdracht van de achtergestelde lening mocht weigeren en wijst de vorderingen van appellant af.