ECLI:NL:GHAMS:2010:BM9466
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bestuurder aansprakelijk voor onrechtmatige weigering loonbetaling ondanks betalingsvermogen vennootschap
De zaak betreft een vordering tot betaling van achterstallig loon door een werknemer aan de vennootschap RWH en haar bestuurders. De arbeidsovereenkomst liep van 1 januari 2006 tot 1 juli 2008, waarna een conflict ontstond over de loonbetaling. De kantonrechter veroordeelde RWH en haar bestuurders tot betaling van het loon en wettelijke verhogingen.
RWH kwam in faillissement op 30 september 2008. De werknemer vervolgde de bestuurders in een bodemprocedure wegens onrechtmatig handelen door het niet nakomen van de loonbetalingsverplichting. De bestuurder [Appellant 2] voerde aan dat RWH in het voorjaar van 2008 al in liquiditeitsproblemen verkeerde, maar dit werd door het hof verworpen op basis van bewijs dat RWH andere crediteuren wel betaalde en nog niet in betalingsonmacht verkeerde.
Het hof oordeelde dat [Appellant 2] als indirect bestuurder onrechtmatig handelde door het vonnis tot loondoorbetaling niet na te komen terwijl de vennootschap nog niet failliet was en andere schuldeisers wel werden betaald. De procedure tegen [Appellant 1] werd geschorst wegens faillissement, maar tegen [Appellant 2] werd het vonnis bekrachtigd en werd hij veroordeeld tot betaling van de proceskosten.
Uitkomst: De bestuurder is aansprakelijk voor onrechtmatig handelen door loonbetaling te weigeren terwijl de vennootschap nog niet in betalingsonmacht verkeerde.