ECLI:NL:GHAMS:2010:BM9476
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep kort geding
- Rechtspraak.nl
Plaatsing hek op kadastrale erfgrens niet te verbieden wegens ontbreken vaststellingsovereenkomst en verkrijgende verjaring
In deze zaak gaat het om een geschil tussen buren over de plaatsing van een hek op de kadastrale erfgrens tussen hun percelen. De appellant, eigenaar sinds 2005, heeft een hek geplaatst op de kadastrale erfgrens, terwijl de geïntimeerde, eigenaar sinds 1973, dit heeft bestreden en vorderde dat het hek verwijderd zou worden.
De voorzieningenrechter had de vordering toegewezen op basis van een veronderstelde vaststellingsovereenkomst uit 2006 over de erfafscheiding. Het hof oordeelt echter dat het enkele overleg en de plaatsing van een eerder hek op het eigen perceel niet voldoende bewijs vormen voor een vaststellingsovereenkomst. Tevens is onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de geïntimeerde zich als bezitter van de strook grond met wildgroei heeft gedragen, zodat verkrijgende verjaring niet is vastgesteld.
Het hof vernietigt daarom het vonnis van de voorzieningenrechter voor zover het de verwijdering van het hek betreft en wijst de vordering alsnog af. De proceskosten van beide instanties worden aan de geïntimeerde opgelegd.
Uitkomst: De vordering tot verwijdering van het hek op de kadastrale erfgrens wordt afgewezen en het vonnis van de voorzieningenrechter wordt vernietigd.