ECLI:NL:GHAMS:2010:BN3666
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- A.M. van Amsterdam
- F.J.P.M. Haas
- M.J. Leijdekker
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen aanslag inkomstenbelasting 2004 en heffingsrente
Belanghebbende diende voor het jaar 2004 aangifte inkomstenbelasting in met een belastbaar inkomen uit werk en woning van €14.358. De inspecteur legde een definitieve aanslag op zonder rekening te houden met eerdere verliezen, die reeds in 2003 waren verrekend. Tevens bracht de inspecteur €276 aan heffingsrente in rekening.
Belanghebbende stelde in hoger beroep dat de aanslag onjuist was en dat hij recht had op een hogere heffingskorting. De rechtbank had de heffingsrente gehalveerd, maar het hof oordeelde dat de aanslag correct was en dat de heffingsrente op nihil moest worden gesteld, mede naar aanleiding van arresten van de Hoge Raad.
Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank voor zover het de heffingsrente betrof en corrigeerde een kennelijke verschrijving in het dictum. De aanslag werd bevestigd, waarbij de toegepaste heffingskortingen en loonheffing correct waren verwerkt. Het incidenteel hoger beroep werd afgewezen en het griffierecht werd vastgesteld op €433.
De uitspraak werd op 29 april 2010 in het openbaar gedaan door de vierde meervoudige belastingkamer van het Gerechtshof Amsterdam.
Uitkomst: De aanslag inkomstenbelasting 2004 is juist opgelegd, de heffingsrente wordt verminderd tot nihil en het vonnis van de rechtbank wordt vernietigd voor zover het de heffingsrente betreft.