ECLI:NL:GHAMS:2010:BN6219
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- H.E. Kostense
- J. den Boer
- E.F. Faase
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over zelfstandigenaftrek en aangiftevereisten bij advocatenpraktijk
Belanghebbende, een advocaat met een eigen praktijk gericht op gefinancierde rechtshulp, stelde in hoger beroep dat hij recht had op zelfstandigenaftrek en dat hij tijdig aangifte had gedaan over 2005. De inspecteur had echter de aangifte als niet tijdig en niet rechtsgeldig beoordeeld omdat belanghebbende de aangifte niet elektronisch had ingediend zoals verplicht. Het hof oordeelde dat het enkel faxen van een inkomensopstelling niet voldoet aan de wettelijke aangiftevereisten.
Verder was in geschil of belanghebbende het urencriterium van 1225 uur had gehaald om zelfstandigenaftrek te verkrijgen. Hoewel belanghebbende stelde fulltime aan zijn praktijk te hebben gewerkt en urenstaten overlegde, vond het hof dat hij niet overtuigend had aangetoond dat hij daadwerkelijk 1225 uren aan feitelijke ondernemersactiviteiten had besteed. De urenstaat was achteraf opgesteld en berustte op aannames, en de zakelijke en privé-activiteiten waren onvoldoende gescheiden.
Ten slotte was de vraag of een belastingschuld van ruim €45.000 als schuld in box 3 mocht worden meegenomen. Het hof bevestigde dat deze belastingschuld niet als schuld in box 3 in aanmerking kan worden genomen, conform de wettelijke bepalingen en eerdere jurisprudentie. Het beroep van belanghebbende werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.