ECLI:NL:GHAMS:2010:BN8180
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- N.A. Schimmel
- J.D.L. Nuis
- P.J. Baauw
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken bewijs valsheid merkgoederen bij invoer en verkoop kleding
Verdachte, eigenaar van een cameraverhuurbedrijf, kwam via een leverancier in China in contact met kleding van het merk [merknaam]. Hij kocht kleding via een showroom in Beijing en voerde deze naar Nederland in, waar hij ze na betaling van invoerrechten aanbood aan klanten.
Het openbaar ministerie beschuldigde verdachte van het invoeren, verkopen en in voorraad hebben van valse merkgoederen in de periode 2003-2006. Het hof heeft echter geoordeeld dat niet wettig en overtuigend is bewezen dat de kleding vals was, mede omdat verdachte mocht aannemen dat hij de kleding op legale wijze verkreeg.
De verklaring van een medewerker van het merk dat de jassen vals zouden zijn, kon niet als doorslaggevend bewijs dienen, omdat onduidelijk bleef of dit conform interne procedures was vastgesteld. Het hof vernietigde het vonnis van de politierechter en sprak verdachte vrij.
Daarnaast werd geoordeeld dat de in beslag genomen kledingstukken aan verdachte moeten worden teruggegeven, omdat geen strafrechtelijke grond bestond voor het beslag.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens ontbreken van wettig en overtuigend bewijs van valsheid merkgoederen.