ECLI:NL:GHAMS:2010:BN8660
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- G.P.M. van den Dungen
- M.L. van der Bel
- W. Duitemeijer
- Rechtspraak.nl
Gerechtvaardigd vertrouwen op ontslagvergoeding en bonus ondanks wijziging beleid ABN AMRO
De zaak betreft een geschil tussen ABN AMRO en een voormalig senior manager over de hoogte en wijze van betaling van een ontslagvergoeding en bonussen. ABN AMRO had het beleid inzake ontslagvergoedingen en bonusbetalingen gewijzigd na de kredietcrisis, waarbij de werknemer werd geconfronteerd met een lagere vergoeding en gespreide betaling van bonussen in de vorm van obligaties.
De werknemer stelde dat hij op grond van een retentiebrief uit 2007 recht had op een hogere ontslagvergoeding volgens de oude kantonrechtersformule en op contante betaling van de bonussen over 2008 en 2009. Het hof oordeelde dat de retentiebrief een arbeidsvoorwaarde vormde en dat ABN AMRO gehouden was deze toezeggingen na te komen, ondanks de gewijzigde omstandigheden.
Het hof verwierp het beroep van ABN AMRO op eenzijdige wijzigingsbedingen en op de artikelen 7:611, 7:613, 6:258 en 6:248 BW. De kredietcrisis vormde weliswaar een onvoorziene omstandigheid, maar niet van dien aard dat nakoming van de toezeggingen onredelijk was. Ook de wijze van betaling van de bonussen moest conform de oude afspraken contant plaatsvinden.
Het hof bekrachtigde het vonnis van de kantonrechters en verklaarde de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad. De proceskosten werden gecompenseerd. Hiermee werd het vertrouwen van de werknemer op de oude afspraken beschermd tegen eenzijdige beleidswijzigingen door de werkgever.
Uitkomst: ABN AMRO moet de oude ontslagvergoeding en contante bonussen over 2008 en 2009 aan werknemer voldoen, ondanks gewijzigde omstandigheden.