ECLI:NL:RBUTR:2009:BK0053
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Ontslagvergoeding en bonusbetaling bij wijziging beloningsbeleid ABN AMRO
De werknemer [X] was sinds 1987 in dienst bij ABN AMRO en maakte deel uit van het senior management. In november 2007 ontving hij een retentiebrief waarin een gegarandeerde bonus en een ontslagvergoeding werden toegezegd, bedoeld om hem gedurende een retentieperiode aan de bank te binden.
Na de kredietcrisis in 2008 wijzigde ABN AMRO haar beleid, onder druk van de overheid en maatschappelijke kritiek, en paste zij haar severance policy aan. De bank bood een lagere beëindigingsvergoeding aan en stelde voor de bonussen over 2008 en 2009 gespreid en in de vorm van subordinated bonds uit te betalen.
[X] betwistte deze wijzigingen en vorderde nakoming van de oorspronkelijke afspraken uit de retentiebrief, waaronder een hogere ontslagvergoeding en contante betaling van de bonussen. ABN AMRO beriep zich op haar eenzijdige wijzigingsbevoegdheid en gewijzigde omstandigheden.
De kantonrechters oordeelden dat de retentiebrief een bindende garantie bevatte waarop [X] mocht vertrouwen. De bank kon niet eenzijdig het ontslagbeleid wijzigen, omdat het hier geen arbeidsvoorwaarde betrof die onder artikel 7:613 BW Pro viel en de gewijzigde omstandigheden onvoldoende zwaarwichtig waren om de overeenkomst te wijzigen op grond van redelijkheid en billijkheid of onvoorziene omstandigheden.
Daarnaast werd geoordeeld dat ABN AMRO de bonussen over 2008 en 2009 contant moest uitbetalen, omdat de bank haar discretionaire bevoegdheid niet deugdelijk had gemotiveerd en de achteraf ingevoerde deferral policy niet tijdig was aangekondigd. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten werd afgewezen en de proceskosten werden gecompenseerd.
Uitkomst: ABN AMRO moet een ontslagvergoeding van €1.167.522,05 en contante bonussen over 2008 en 2009 aan werknemer betalen.