ECLI:NL:GHAMS:2010:BN9690
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- R.G. Kemmers
- A.N. van de Beek
- M.E. Burger
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-wijzigingsbeding partneralimentatie ondanks inkomensdaling man
Partijen zijn in 1998 gehuwd en hebben in mei 2007 de gevolgen van hun echtscheiding geregeld in een convenant, waarbij de man een partneralimentatie van €7.000 per maand aan de vrouw zou betalen. Dit bedrag was gebaseerd op een bruto jaarinkomen van circa €400.000. In het convenant is een niet-wijzigingsbeding opgenomen dat wijziging van de alimentatie door de man gedurende vier jaar na ondertekening uitsluit, behalve bij wettelijke herzieningsgronden.
De man verloor zijn baan bij werkgever A door reorganisatie en ervoer een significante inkomensdaling vanaf 2008. Hij verzocht de alimentatie met ingang van 1 januari 2008 op nihil te stellen, stellende dat hij niet meer in staat was de alimentatie te betalen. Het hof oordeelt dat de man onvoldoende heeft aangetoond dat zijn situatie zodanig is gewijzigd dat hij naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet langer aan het niet-wijzigingsbeding gehouden kan worden.
Het hof overweegt dat de man bij het sluiten van het convenant op de hoogte was van de risico's omtrent zijn arbeidspositie en dat het niet-wijzigingsbeding mede aanleiding was voor een lagere alimentatie. Tevens is onvoldoende inzicht gegeven in het vermogen van de man en zijn financiële situatie. De vrouw heeft bovendien een belang bij de zekerheid van de alimentatie vanwege haar zorg voor vier minderjarige kinderen en haar woonsituatie.
Het hof bekrachtigt de bestreden beschikkingen en wijst het verzoek van de man af. De proceskosten worden gecompenseerd tussen partijen.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek van de man tot verlaging van de partneralimentatie af en bekrachtigt de bestreden beschikkingen.