ECLI:NL:PHR:2012:BU7355
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling wijziging partneralimentatie ondanks niet-wijzigingsbeding in echtscheidingsconvenant
Deze zaak betreft een verzoek tot wijziging van partneralimentatie ondanks een niet-wijzigingsbeding in het echtscheidingsconvenant. De man had een aanzienlijk inkomensverlies door het verlies van zijn baan als advocaat en een lagere functie bij de overheid. Hij verzocht de rechtbank om de alimentatie te verlagen of te beëindigen.
De rechtbank en het hof wezen het verzoek af omdat de man onvoldoende had gesteld dat het verlies van zijn inkomstenbron niet voorzienbaar was bij het aangaan van het convenant. Het hof oordeelde dat zowel de man als de vrouw rekening hadden gehouden met het risico van inkomensverlies binnen de periode van vier jaar waarin het niet-wijzigingsbeding gold.
De Hoge Raad bevestigt dat een niet-wijzigingsbeding doorbroken kan worden op grond van een ingrijpende wijziging van omstandigheden volgens art. 1:159 lid 3 BW Pro, maar benadrukt de zware stelplicht van de verzoeker. Het hof heeft terecht geoordeeld dat de man niet aan deze stelplicht heeft voldaan en dat het vermogen van de man meegewogen mag worden bij de draagkracht.
Het beroep in cassatie wordt verworpen, waarmee de eerdere beslissingen in stand blijven.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het verzoek tot wijziging van de alimentatie wordt afgewezen.