ECLI:NL:GHAMS:2010:BO0843
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- G.P.M. van den Dungen
- M.L. van der Bel
- W. Duitemeijer
- Rechtspraak.nl
Gerechtvaardigd vertrouwen op oude ontslagvergoeding en contante bonusbetaling bij ABN AMRO
De werknemer [X] was senior manager bij ABN AMRO en maakte aanspraak op een ontslagvergoeding en contante bonusbetalingen conform het beleid dat gold voor 1 januari 2009. Na de overname door een consortium wijzigde ABN AMRO haar beleid vanwege de kredietcrisis en maatschappelijke druk, waardoor de ontslagvergoeding werd verlaagd en bonussen gespreid en deels in obligaties werden uitgekeerd.
Het hof oordeelde dat de retentiebrief van november 2007 een bindende toezegging bevatte die niet eenzijdig mocht worden gewijzigd zonder overleg en dat het gewijzigde beleid niet op [X] kon worden toegepast. De kredietcrisis en staatsinterventie rechtvaardigden geen wijziging van de afspraken, mede omdat ABN AMRO financieel in staat was de oude afspraken na te komen.
Ook de wijze van betaling van de bonussen moest contant zijn, conform de toezeggingen en het oude beleid. Het hof verwierp het beroep van ABN AMRO op wijzigingsbevoegdheden en onvoorziene omstandigheden en verklaarde het vonnis van de kantonrechter grotendeels bekrachtigd, met uitvoerbaarheid bij voorraad van de veroordelingen tot betaling van ontslagvergoeding en bonussen.
Uitkomst: ABN AMRO moet een ontslagvergoeding van €2.318.739 bruto en contante bonussen over 2008 en 2009 aan [X] betalen, met wettelijke rente, uitvoerbaar bij voorraad.