ECLI:NL:RBUTR:2009:BJ9807
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Ontslagvergoeding en bonusbetaling senior manager ABN AMRO na wijziging beleid door kredietcrisis
De zaak betreft een geschil tussen ABN AMRO en een senior manager, [X], over de hoogte en wijze van betaling van een ontslagvergoeding en bonussen na beëindiging van zijn arbeidsovereenkomst. [X] baseert zijn aanspraken op een retentiebrief uit 2007 waarin hem een gegarandeerde bonus en een ontslagvergoeding werden toegezegd. ABN AMRO had haar beleid inzake ontslagvergoedingen en bonusuitkeringen per 1 januari 2009 gewijzigd vanwege de kredietcrisis en maatschappelijke druk, en wilde deze nieuwe regels toepassen.
De kantonrechters oordeelden dat de retentiebrief een bindende garantie inhoudt die ABN AMRO niet eenzijdig mocht wijzigen, ook niet onder verwijzing naar gewijzigde omstandigheden of het wijzigingsbeding in de C&B Regulations. De kredietcrisis en politieke druk vormden weliswaar onvoorziene omstandigheden, maar deze waren onvoldoende zwaarwegend om de overeenkomst te wijzigen. De bank moest de ontslagvergoeding van ruim € 2,3 miljoen bruto betalen, vermeerderd met wettelijke rente.
Daarnaast werd geoordeeld dat ABN AMRO de bonussen over 2008 en 2009 contant moest uitbetalen, en niet gespreid in de vorm van subordinated bonds zoals de bank had bepaald. De bank had onvoldoende gemotiveerd waarom zij achteraf de modaliteiten van de bonusbetaling mocht wijzigen en de indeling in shares bood geen rechtvaardiging. De proceskosten werden gecompenseerd.
Uitkomst: ABN AMRO moet de overeengekomen ontslagvergoeding en bonussen contant betalen aan [X], vermeerderd met wettelijke rente.