ECLI:NL:GHAMS:2010:BO0851
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over vernietiging effectenleaseovereenkomsten wegens ontbreken schriftelijke toestemming echtgenote
In deze zaak ging het om twee effectenleaseovereenkomsten die [ Geïntimeerde ] in februari 2000 met een rechtsvoorgangster van Dexia Bank Nederland N.V. was aangegaan. Deze overeenkomsten kwalificeren als huurkoop en vereisen op grond van artikel 1:88 BW Pro schriftelijke toestemming van de echtgenote voor rechtsgeldige totstandkoming. De echtgenote had deze toestemming niet gegeven en heeft de overeenkomsten buitenrechtelijk vernietigd.
Dexia vorderde betaling van de restschulden die waren ontstaan doordat de verkoopopbrengst van de geleaste effecten onvoldoende was om de geleende bedragen af te lossen. [ Geïntimeerde ] vorderde daarentegen een verklaring voor recht dat de overeenkomsten rechtsgeldig waren vernietigd en dat Dexia de reeds betaalde bedragen moest terugbetalen.
De kantonrechter wees de vorderingen van Dexia af en wees de vorderingen van [ Geïntimeerde ] grotendeels toe. Het hof bevestigde dit oordeel en verwierp de grieven van Dexia. Het hof oordeelde dat de overeenkomsten inderdaad huurkoopovereenkomsten zijn waarvoor schriftelijke toestemming van de echtgenote vereist is. Dexia had onvoldoende feiten gesteld om het beroep op verjaring van de vernietigingsbevoegdheid van de echtgenote te dragen.
De vernietiging van de overeenkomsten heeft tot gevolg dat Dexia geen aanspraak kan maken op betaling van de restschulden en dat [ Geïntimeerde ] recht heeft op terugbetaling van de reeds betaalde bedragen. Het hoger beroep van Dexia wordt verworpen en het vonnis van de kantonrechter wordt bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter en wijst het hoger beroep van Dexia af wegens rechtsgeldige vernietiging van de leaseovereenkomsten.