ECLI:NL:GHAMS:2010:BO0853
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid tot vernietiging effectenleaseovereenkomst door echtgenote verjaard, geen vergoedingsplicht Dexia
In deze civiele zaak staat de effectenleaseovereenkomst tussen [Geïntimeerde 1] en Dexia centraal. [Geïntimeerde 2], echtgenote van [Geïntimeerde 1], stelde dat haar toestemming voor de overeenkomst ontbrak en dat zij deze daarom vernietigde. Dexia betwistte dit en voerde aan dat de bevoegdheid tot vernietiging was verjaard.
Het hof bevestigde dat de bevoegdheid tot vernietiging op grond van artikel 1:88 BW Pro binnen drie jaar na bekendheid met de overeenkomst moet worden uitgeoefend. Uit feiten zoals het medeondertekende acceptatieformulier en medewerking aan een hypothecaire lening bleek dat [Geïntimeerde 2] al in augustus 2001 met de leaseovereenkomst bekend was, waardoor haar vernietigingsbevoegdheid in 2004 was verjaard.
Voorts oordeelde het hof dat Dexia niet tekortgeschoten is in haar zorgplicht jegens [Geïntimeerden]. De betaalde rente en aflossingen behoeven niet volledig door Dexia te worden vergoed, mede omdat geen restschuld is ontstaan en de leaseovereenkomst voldoende duidelijk was over de risico's. De vorderingen van [Geïntimeerden] werden afgewezen, het eerdere vonnis vernietigd en zij werden veroordeeld tot terugbetaling aan Dexia van reeds betaalde bedragen met rente en proceskosten.
Uitkomst: De vorderingen van de echtgenoten worden afgewezen en het eerdere vonnis vernietigd.