ECLI:NL:GHAMS:2009:BH2362
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Effectenlease: bank tekortgeschoten in zorgplicht, tweederde restschuld kwijtgescholden
De belegger sloot in december 1999 een effectenlease-overeenkomst met de bank, waarbij aandelen werden geleased met geleend geld. De bank had de belegger moeten waarschuwen voor het risico van een restschuld en diens financiële positie moeten onderzoeken. De gewezen echtgenote van de belegger was niet bevoegd om de overeenkomst te vernietigen volgens het toepasselijke Marokkaanse recht.
De kantonrechter had de overeenkomst vernietigd wegens het ontbreken van toestemming van de echtgenote, maar het hof oordeelt dat dit niet opgaat. De bank was tekortgeschoten in haar bijzondere zorgplicht door de belegger niet duidelijk te waarschuwen voor het risico van een restschuld en onvoldoende informatie over diens financiële draagkracht in te winnen.
De belegger had de overeenkomst moeten begrijpen en had zich moeten informeren. De schadevergoeding wordt verminderd vanwege eigen schuld van de belegger: de bank moet tweederde van de restschuld vergoeden, maar niet de betaalde rente. De vorderingen van de belegger worden afgewezen en de bank krijgt betaling toegewezen van de belegger voor een deel van de restschuld en terugbetaling van onterecht betaalde bedragen.
Het arrest bevestigt dat de bank aansprakelijk is voor tekortkomingen van de tussenpersoon en dat de bijzondere zorgplicht van banken bij effectenlease-overeenkomsten inhoudt dat zij beleggers moeten beschermen tegen risico's die zij niet overzien. De proceskosten van het hoger beroep worden ieder voor eigen rekening gelaten.
Uitkomst: De bank is tekortgeschoten in haar zorgplicht en moet tweederde van de restschuld vergoeden; de vorderingen van de belegger worden afgewezen.