ECLI:NL:GHAMS:2010:BO4667
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling klacht over zorgvuldigheid notaris bij opmaken testament hoogbejaarde testatrice
De zaak betreft een klacht van erfgenamen over de handelwijze van een notaris bij het opmaken van het testament van hun hoogbejaarde moeder, die haar dochter aanzienlijk bevoordeelde. De klagers stelden dat de notaris onvoldoende onderzoek had gedaan naar de wilsbekwaamheid van de testatrice en dat zij onder druk was gezet door haar dochter.
De notaris voerde aan dat hij de testatrice meerdere malen afzonderlijk had gesproken en dat zij helder en vastberaden was in haar wensen. Hij had een zorgvuldige procedure gevolgd en geen aanwijzingen van beïnvloeding gezien. Het testament werd op 28 december 2004 verleden, waarbij dochter [A] als executeur werd benoemd.
De kamer van toezicht over de notarissen verklaarde de klacht ongegrond, oordeelde dat de notaris voldoende zorgvuldig had gehandeld en dat de verjaringstermijn van de klacht pas begon na het overlijden van de testatrice in 2007. Het hof bekrachtigde deze beslissing en voegde toe dat erfgenamen doorgaans pas na overlijden kennis nemen van de inhoud van een testament, waardoor de klacht niet verjaard was.
De klacht over het te voortvarend opmaken van een boedelbeschrijving werd eveneens ongegrond verklaard, omdat de executeur-testamentair wettelijk verplicht is dit met bekwame spoed te doen. De notaris hoefde geen onderzoek te doen naar de instemming van de kinderen met de testamentaire bepalingen, aangezien het zelfbeschikkingsrecht van de testatrice centraal staat.
Het hof concludeerde dat de notaris geen verwijt treft en dat de klacht terecht ongegrond is verklaard.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beslissing dat de notaris niet onzorgvuldig heeft gehandeld bij het opmaken van het testament.