ECLI:NL:GHAMS:2010:BO5006
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schorsing tenuitvoerlegging vonnis bestuurdersaansprakelijkheid
In deze civiele zaak gaat het om een incident betreffende de schorsing van de tenuitvoerlegging van een vonnis waarbij appellant aansprakelijk is gesteld voor een ontslagvergoeding die een door hem gecontroleerde vennootschap niet heeft voldaan.
Appellant heeft na betaling aan een derdenstichting derdenbeslag laten leggen en verzocht het hof om de tenuitvoerlegging van het vonnis te schorsen totdat het hoger beroep is beslist. De voorzieningenrechter had beslagverlof onder de voorwaarde verleend dat een provisionele voorziening omtrent schorsing van de uitvoerbaarheid bij voorraad zou worden ingesteld.
Het hof overweegt dat schorsing slechts kan worden toegekend indien sprake is van misbruik van executiebevoegdheid, bijvoorbeeld bij een kennelijke juridische of feitelijke misslag of een noodtoestand door nieuwe feiten. Appellant heeft geen toereikende aanwijzingen daarvoor gegeven.
De vordering tot schorsing wordt daarom afgewezen. De beslissing over de proceskosten wordt aangehouden tot de einduitspraak. De hoofdzaak wordt verwezen naar de rol voor behandeling van de grieven.
Uitkomst: De incidentele vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het vonnis wordt afgewezen.