ECLI:NL:GHAMS:2010:BO5331
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- M.M.A. Gerritzen-Gunst
- M. Wigleven
- M.E. Burger
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verrekening aandelen en partneralimentatie na echtscheiding
Partijen zijn in 1986 gehuwd onder huwelijkse voorwaarden zonder vermogensrechtelijke gemeenschap. Na hun echtscheiding in 2009 is een geschil ontstaan over de verrekening van aandelen en de vaststelling van partneralimentatie.
De vrouw verzocht het hof om de waarde van de aandelen die de man via leningen had verworven in de verrekening te betrekken en om een hogere partneralimentatie toe te wijzen. Het hof stelde vast dat de aandelen gefinancierd waren met leningen, waarvan geen aflossingen waren gedaan en dat de vrouw onvoldoende inzicht had gegeven in de betaalde rente. Daarom wees het hof het verzoek tot verrekening van de aandelen af.
Ten aanzien van de partneralimentatie bevestigde het hof de eerdere beschikking van €410 per maand. De vrouw kon haar stelling dat zij door een progressieve aandoening minder kan werken niet onderbouwen met medische stukken. Het hof nam het inkomen van de man zoals blijkt uit recente jaaropgaven als uitgangspunt en concludeerde dat de vrouw geen recht had op een hogere alimentatie. De beschikking werd aldus bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot verrekening van aandelen af en bevestigt de partneralimentatie van €410 per maand.