ECLI:NL:GHAMS:2010:BO6915
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijkheid klacht tegen notaris wegens overschrijding termijn
Klaagster diende een klacht in tegen een notaris vanwege diens instemming met het overboeken van de koopsom van een cottage naar de derdenrekening van het notariskantoor, terwijl hierover geen belasting was voldaan. Klaagster stelde dat de notaris zijn ministerie had moeten weigeren, vooral omdat zij hem had gewaarschuwd.
De klacht werd echter pas ingediend op 1 juni 2009, terwijl klaagster al op 4 april 2006 op de hoogte was van de overboeking en reeds op 31 mei 2005 wist van onjuistheden in de memorie van successie. Volgens artikel 99 lid 12 van Pro de Wet op het notarisambt moet een klacht binnen drie jaar na kennisname van het handelen worden ingediend.
Klaagster voerde aan dat zij op 7 september 2008 een algemene klacht had ingediend die ook de notaris betrof, maar het hof oordeelde dat deze klacht alleen gericht was tegen een oud-notaris en niet ontvankelijk was voor de notaris. Het hof bevestigde dat de klacht tegen de notaris te laat was ingediend en verwierp het beroep.
Het hof baseerde zich op de eerdere beslissing van de kamer van toezicht, die klaagster niet-ontvankelijk had verklaard. De uitspraak werd op 9 november 2010 uitgesproken door de rolraadsheer namens het hof.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen wegens overschrijding van de klachttermijn, waardoor klaagster niet-ontvankelijk is in haar klacht tegen de notaris.