ECLI:NL:GHAMS:2010:BO9021
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- A. Bijlsma
- A.P.M. van Rijn
- K. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering wijziging vergunning douaneregeling Alaskakoolvis
Belanghebbende, een zeevisgroothandel, verkreeg een vergunning voor de invoer van Alaska koolvis in de vorm van industriële blokken bestemd voor verwerking. Zij voerde echter visfilets in die individueel waren ingevroren, wat niet voldeed aan de vergunningvoorwaarden. Hoewel een rapport vermeldde dat dergelijke filets niet onder de omschrijving vielen, was dit slechts een inlichting en geen vergunningvoorwaarde.
Met het beleidsbesluit van 10 mei 2007 werd goedgekeurd dat de tariefschorsing ook geldt voor individueel ingevroren visfilets, maar dit besluit trad pas na afgifte van de vergunning in werking. De inspecteur was daarom niet verplicht de vergunning met terugwerkende kracht aan te passen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en het hof bevestigde deze uitspraak in hoger beroep.
Daarnaast was er geen grond voor toekenning van schadevergoeding op grond van artikel 8:73 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, omdat het beroep niet gegrond werd verklaard. De Douanekamer wees het hoger beroep af en veroordeelde partijen niet in de proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de vergunning wordt niet met terugwerkende kracht aangepast.