ECLI:NL:GHAMS:2010:BO9103
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vordering tot betaling niet-gefactureerde bedragen afgewezen wegens verrekening met tegenprestaties
In deze civiele zaak vordert de erfgename van een overleden fiscaal-juridisch adviseur betaling van een bedrag dat volgens haar nog openstaat voor werkzaamheden verricht voor de geïntimeerden over de periode 1992-2005. De geïntimeerden voeren verweer met een beroep op een 'gentleman's agreement' waarbij de vergoeding voor de werkzaamheden deels werd voldaan door leveringen van goederen en diensten, zonder facturering.
De rechtbank stelde vast dat de relatie tussen partijen niet strikt zakelijk was en dat er sprake was van een verrekeningsafspraak waarbij de waarde van wederzijdse prestaties niet nauwkeurig werd vastgelegd. De rechtbank wees de vorderingen af omdat geen onderbouwde verklaring was gegeven voor het niet factureren van een substantieel deel van de werkzaamheden en de verrekening aannemelijk was.
Het hof bevestigt deze beoordeling en overweegt dat de erfgename onvoldoende concreet bewijs heeft geleverd dat de verrekeningsafspraak niet bestond of dat de waarde van de tegenprestaties onvoldoende was. Ook het feit dat de adviseur geen aanvullende facturen stuurde ondanks bewustzijn van de leveringen door geïntimeerden, ondersteunt de conclusie van verrekening. De vordering wordt daarom afgewezen en de kosten van het hoger beroep worden aan de erfgename opgelegd.
Uitkomst: De vordering tot betaling van niet-gefactureerde bedragen wordt afgewezen wegens een overeengekomen verrekening met tegenprestaties.