ECLI:NL:GHAMS:2010:BO9127
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- A.M. van Amsterdam
- M.J. Leijdekker
- A.P.M. van Rijn
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep wegens termijnoverschrijding bij naheffingsaanslag loonbelasting
Belanghebbende was het niet eens met een naheffingsaanslag loonbelasting en een boetebeschikking opgelegd door de Belastingdienst over de jaren 2002 tot en met 2005. Na bezwaar handhaafde de inspecteur de aanslag en boete, waarna belanghebbende beroep instelde bij de rechtbank. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de beroepstermijn.
In hoger beroep stond centraal of deze niet-ontvankelijkverklaring terecht was. Belanghebbende stelde dat de uitspraak op bezwaar pas op 12 december 2008 was ontvangen, waardoor de termijnoverschrijding verschoonbaar zou zijn. Het hof oordeelde dat de uitspraak op bezwaar op 9 december 2008 was verzonden en dat de termijn voor het instellen van beroep op 20 januari 2009 eindigde. De ontvangst op 12 december was onvoldoende om de termijnoverschrijding te verontschuldigen.
Het hof benadrukte dat er geen verplichting bestaat voor de inspecteur om de uitspraak aangetekend te verzenden en dat een tijdsverloop van enkele dagen tussen verzending en ontvangst niet leidt tot een verschoonbare termijnoverschrijding. Er waren geen andere omstandigheden die een verschoonbare overschrijding aannemelijk maakten.
Daarom bevestigde het hof de uitspraak van de rechtbank dat het beroep niet-ontvankelijk is. Tevens vernietigde de inspecteur de boetebeschikking ambtshalve, waardoor alleen de naheffingsaanslag resteerde. Het hof wees proceskostenveroordeling af en gaf aan dat beroep in cassatie mogelijk is.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn.