ECLI:NL:GHAMS:2010:BO9133
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- A.P.M. van Rijn
- A.M. van Amsterdam
- M.J. Leijdekker
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake navorderingsaanslag en heffingsrente inkomstenbelasting 2005
Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen een navorderingsaanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen (ib/pvv) over 2005, waarbij een te hoog bedrag aan loonheffing was verrekend. Hij stelde dat een medewerker van de belastingtelefoon een toezegging had gedaan dat de verrekening correct was, waardoor hij vertrouwen had gekregen en schade had geleden.
De rechtbank had het beroep tegen de navorderingsaanslag ongegrond verklaard, maar de heffingsrente verlaagd tot € 19. Belanghebbende ging in hoger beroep tegen deze uitspraak. Het Hof overwoog dat de enkele verklaring van belanghebbende over het telefoongesprek onvoldoende was om een toezegging aan te nemen. Bovendien was het verrekenen van een substantieel te hoog bedrag aan loonheffing zo duidelijk onjuist dat belanghebbende niet op nakoming mocht rekenen.
Het beroep op het arrest BNB 1990/148 faalde omdat belanghebbende de onjuistheid van de inlichtingen had moeten beseffen en de aanschaf van de geiser niet als schade kon worden aangemerkt. Het Hof vernietigde de beschikking heffingsrente en verlaagde deze tot nihil, bevestigde de navorderingsaanslag en veroordeelde de inspecteur in de kosten van bezwaarfase en hoger beroep.
Uitkomst: Het beroep is gegrond verklaard voor de heffingsrente die tot nihil is verlaagd, de navorderingsaanslag is bevestigd en de inspecteur is veroordeeld in proceskosten.