ECLI:NL:GHAMS:2010:BO9334
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verzuimboete wegens niet tijdig indienen aangifte bij ziekte van Alzheimer
Belanghebbende werd een verzuimboete opgelegd wegens het niet tijdig indienen van de aangifte inkomstenbelasting over 2005. Hij stelde dat zijn ziekte van Alzheimer hem verhinderde tijdig aangifte te doen en dat de boete daarom gematigd moest worden.
Het Hof stelde dat de bewijslast voor afwezigheid van alle schuld bij belanghebbende ligt. Uit de overgelegde verklaring van de huisarts bleek niet dat belanghebbende in 2006 al zodanige geheugenstoornissen had dat hij niet kon voldoen aan zijn aangifteverplichting. De verwijzing naar de geheugenpoli was niet gedateerd en er ontbrak een onderbouwing van het ziekteverloop.
Daarnaast was niet verklaard waarom ook eerdere aangiften over 2000, 2002, 2003 en 2004 niet tijdig waren ingediend. Het Hof concludeerde dat belanghebbende niet aannemelijk had gemaakt dat hem geen enkel verwijt kon worden gemaakt. De boete werd daarom gehandhaafd en het hoger beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de verzuimboete van €1.134 wordt bevestigd.