ECLI:NL:GHAMS:2010:BP4618
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevel tot teruggeleiding van kinderen naar Griekenland op grond van het Haags Kinderontvoeringsverdrag
In deze zaak staat het verzoek tot teruggeleiding van drie kinderen naar Griekenland centraal, op grond van het Verdrag betreffende de Burgerrechtelijke Aspecten van Internationale Ontvoering van Kinderen (Haags Kinderontvoeringsverdrag) en de Europese Verordening Brussel IIbis. De vader en de Nederlandse Centrale Autoriteit vorderen de terugkeer van de kinderen, nadat de moeder met hen naar Nederland was gereisd en niet meer terugkeerde.
De rechtbank Utrecht wees het verzoek tot teruggeleiding af, maar het hof Amsterdam vernietigt deze beschikking. Het hof stelt vast dat de gewone verblijfplaats van de kinderen onmiddellijk voorafgaand aan het vertrek naar Nederland in Griekenland was, ondanks de tijdelijke intentie van de moeder om terug te keren. Het hof oordeelt dat de moeder de kinderen ongeoorloofd naar Nederland heeft overgebracht en dat de gronden voor weigering van teruggeleiding, zoals een ernstig risico op gevaar of ondragelijke situatie, onvoldoende zijn onderbouwd.
De moeder's beroep op het belang van het kind en de hechtingsrelatie wordt door het hof niet gevolgd, mede omdat de vader bereid is de aangifte tegen haar in te trekken en er geen aannemelijk bewijs is dat terugkeer tot ernstig nadeel van de kinderen leidt. Het hof beveelt de moeder de kinderen uiterlijk 14 januari 2011 terug te geleiden naar Griekenland of hen met geldige reisdocumenten aan de vader over te dragen, en compenseert de proceskosten in hoger beroep.
Uitkomst: Het hof beveelt de moeder de kinderen uiterlijk 14 januari 2011 terug te geleiden naar Griekenland of hen met geldige reisdocumenten aan de vader over te dragen.