ECLI:NL:GHAMS:2010:BP5121
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over kwalificatie arbeidsrelatie teammanagers als dienstbetrekking
In deze zaak staat centraal of de arbeidsrelatie tussen belanghebbende en haar teammanagers kan worden gekwalificeerd als een dienstbetrekking in de zin van artikel 2, lid 1, Wet op de loonbelasting 1964. De rechtbank had eerder geoordeeld dat er wel sprake was van een dienstbetrekking, mede omdat teammanagers tevens demonstratrices zijn en er een gezagsverhouding zou bestaan.
Het Hof heeft de feiten en omstandigheden opnieuw gewogen en geoordeeld dat de werkzaamheden van teammanagers en demonstratrices zo verweven zijn dat er sprake is van één arbeidsrelatie. De inspecteur droeg aan dat er een gezagsverhouding bestond, onder meer door aanwijzingen en controle, maar het Hof vond dat onvoldoende aannemelijk gemaakt. Teammanagers traden solistisch op, werden niet aangenomen of ontslagen door belanghebbende en legden geen verantwoording af over de gang van zaken.
Het Hof stelde vast dat belanghebbende niet het juridisch afdwingbare recht had om teammanagers voldoende aan te sturen. Ook de demonstratrices hadden veel vrijheid en konden zonder toestemming demonstraties organiseren. De naheffingsaanslag werd daarom verminderd en de uitspraak van de rechtbank vernietigd. Tevens werden boete en heffingsrente verlaagd en proceskosten toegewezen aan belanghebbende.
Uitkomst: Het Hof vernietigt de uitspraak van de rechtbank, vermindert de naheffingsaanslag loonbelasting en boete, en veroordeelt de inspecteur in de proceskosten.