ECLI:NL:GHAMS:2010:BP9118
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep bezit vervalst reisdocument en asielprocedure bescherming
Verdachte werd vervolgd wegens bezit van een vervalst Afghaans paspoort met een vals Grieks visum. Hij had na zijn vlucht uit Afghanistan zes maanden in Griekenland verbleven en werkte daar, maar voerde dat hij geen asiel kon aanvragen vanwege het falen van de Griekse autoriteiten. Het openbaar ministerie vervolgde hem ondanks zijn lopende asielprocedure in Nederland.
De verdediging voerde primair aan dat de vervolging in strijd was met het beleid van het OM en dat artikel 31 van Pro het Vluchtelingenverdrag niet-ontvankelijkheid moest opleveren. Het hof verwierp deze verweren omdat het beleid geen rechtens bindende beleidsregel is en omdat verdachte onvoldoende aannemelijk maakte dat Griekenland zijn verdragsverplichtingen jegens hem niet was nagekomen. Het hof stelde dat verdachte redelijkerwijs moest vermoeden dat het visum vals was.
Het hof achtte bewezen dat verdachte het vervalste reisdocument bezat en veroordeelde hem tot 2 maanden gevangenisstraf, met aftrek van voorarrest. Het hof vernietigde het vonnis van de politierechter en deed opnieuw recht. De straf is passend gelet op de ernst van het feit en de omstandigheden.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 2 maanden gevangenisstraf voor bezit van een vervalst reisdocument.