ECLI:NL:PHR:2012:BX4493
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt ontvankelijkheid OM ondanks lopende asielprocedure verdachte
De zaak betreft een verdachte die werd vervolgd voor het bezit van een vals reisdocument, terwijl hij tegelijkertijd een asielprocedure in Nederland had lopen. De verdediging voerde aan dat het OM niet-ontvankelijk moest worden verklaard omdat de verdachte onder de bescherming van artikel 31 van Pro het Vluchtelingenverdrag viel, dat vervolging wegens illegale binnenkomst verbiedt zolang de asielprocedure nog niet definitief is afgerond.
Het hof verwierp dit verweer omdat de verdachte gedurende zes maanden in Griekenland had verbleven en gewerkt, een land dat als redelijk veilig werd beschouwd, en hij niet had aangetoond dat hij daar geen asiel kon aanvragen. De Hoge Raad bevestigde deze beoordeling en oordeelde dat het OM redelijkerwijs mocht aannemen dat een beroep op artikel 31 Vluchtelingenverdrag Pro kansloos was en dat de vervolging niet in strijd was met een behoorlijke procesorde.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en benadrukte dat het Vluchtelingenverdrag alleen bescherming biedt aan vluchtelingen die rechtstreeks uit een bedreigd gebied komen en zich onverwijld melden bij de autoriteiten. De zaak illustreert de afweging tussen strafrechtelijke vervolging en bescherming van vluchtelingenrechten binnen de Nederlandse rechtsorde.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het OM blijft ontvankelijk in de vervolging ondanks de lopende asielprocedure.