ECLI:NL:GHAMS:2011:BP2611
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- A. Bijlsma
- A.P.M. van Rijn
- K. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over kwalificatie diensten raamprostitutiebedrijf voor omzetbelasting
Belanghebbende exploiteert een raamprostitutiebedrijf in meerdere panden en verhuurt kamers per dagdeel aan prostituees. Naast het ter beschikking stellen van kamers verzorgt zij toezicht, bewaking, schoonmaak, onderhoud, en faciliteiten zoals een gemeenschappelijke keuken. Belanghebbende beschikt over een vergunning voor de exploitatie van een seksinrichting.
De inspecteur legde een naheffingsaanslag omzetbelasting op omdat hij de diensten kwalificeerde als het geven van gelegenheid tot prostitutie, belast tegen het algemene tarief. Belanghebbende stelde dat het ging om verhuur van onroerende zaken, waarvoor het verlaagde tarief geldt, en voerde onder meer het vertrouwensbeginsel en gelijkheidsbeginsel aan.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en het Hof bevestigt dit oordeel. Het Hof overweegt dat de dienstverlening niet slechts passieve verhuur betreft, maar een samengestelde prestatie met commerciële dienstverlening gericht op het faciliteren van prostitutie. De vergunning en aanvullende activiteiten maken dat de prestatie niet vergelijkbaar is met hotelverhuur. Het beroep op het vertrouwensbeginsel en gelijkheidsbeginsel wordt verworpen.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag blijft in stand. De uitspraak is gedaan door het Gerechtshof Amsterdam op 20 januari 2011.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag omzetbelasting bevestigd.