ECLI:NL:GHAMS:2011:BP2700
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- F.J.P.M. Haas
- M.J. Leijdekker
- E. van Waaijen
- Rechtspraak.nl
Hoorrecht belanghebbende bij belastingaanslagen niet geschonden ondanks communicatieproblemen
Belanghebbende had bezwaar gemaakt tegen aanslagen inkomstenbelasting en premies over 2001 en 2002 en verzocht om gehoord te worden indien de bezwaren geheel of gedeeltelijk zouden worden afgewezen. De inspecteur stuurde een brief waarin stond dat bij uitblijven van reactie op het verzoek om een hoorgesprek, werd aangenomen dat afstand werd gedaan van het recht om gehoord te worden. Belanghebbende reageerde niet op deze brief, maar stelde later dat hij deze niet had ontvangen.
De rechtbank oordeelde dat uit het uitblijven van reactie mocht worden afgeleid dat belanghebbende geen gebruik had gemaakt van het recht om gehoord te worden. Het hof verwijst echter naar een arrest van de Hoge Raad waarin is bepaald dat de inspecteur niet mag afleiden dat stilzwijgend afstand is gedaan van het hoorrecht zonder expliciete toestemming, ook niet bij uitblijven van reactie binnen een gestelde termijn.
Het hof stelt dat communicatieproblemen tussen belanghebbende en de inspecteur niet rechtvaardigen dat het verzuim om te horen wordt gepasseerd. Bovendien is niet komen vast te staan dat belanghebbende niet is geschaad door het niet horen, omdat er verschil van mening bestaat over de feiten die van belang zijn voor de aanslagen.
Het hof vernietigt de uitspraken van de rechtbank en de inspecteur, verklaart de beroepen gegrond en draagt de inspecteur op om opnieuw te beslissen op de bezwaren nadat belanghebbende in de gelegenheid is gesteld te worden gehoord. Tevens moet de inspecteur het betaalde griffierecht vergoeden.
Uitkomst: De inspecteur moet belanghebbende opnieuw horen en daarna opnieuw beslissen op de bezwaren tegen de belastingaanslagen.