ECLI:NL:GHAMS:2011:BP3589
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- A.D.R.M. Boumans
- W.H.F.M. Cortenraad
- C.T. Barbas
- Rechtspraak.nl
Schadevergoeding wegens tekortschieten Dexia in zorgplicht bij effectenlease met onaanvaardbare financiële last
In deze civiele zaak stond de vraag centraal of Dexia Nederland B.V. tekort was geschoten in haar zorgplicht jegens appellant bij het aangaan van een effectenleaseovereenkomst. Appellant stelde dat de financiële verplichtingen uit de lease-overeenkomst naar redelijke verwachting een onaanvaardbaar zware last voor hem vormden, en dat Dexia hem had moeten ontraden de overeenkomst aan te gaan.
Het hof bouwde voort op een eerder tussenarrest en oordeelde dat Dexia inderdaad tekort was geschoten in haar zorgplicht. Daarbij werd vastgesteld dat alleen het inkomen en vermogen van appellant relevant waren, aangezien zijn echtgenote zich kort voor het sluiten van de overeenkomst in Nederland had gevestigd en geen relevante inkomsten had.
Het hof paste de uitgangspunten toe uit eerdere arresten van 1 december 2009 en bepaalde dat appellant recht had op gedeeltelijke kwijtschelding van de restschuld en gedeeltelijke vergoeding van betaalde rente. De vordering van appellant werd uiteindelijk niet toegewezen vanwege verrekening met de vordering van Dexia, die deels werd toegewezen tot een bedrag van € 932,45 met wettelijke rente vanaf 27 januari 2007.
De overige grieven van appellant werden afgewezen, en het hof bekrachtigde het vonnis voor het overige. De proceskosten werden tussen partijen verrekend, waarbij ieder zijn eigen kosten draagt.
Uitkomst: Dexia is gedeeltelijk veroordeeld tot betaling van € 932,45 met wettelijke rente wegens tekortschieten in haar zorgplicht.