ECLI:NL:GHAMS:2011:BP3899
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Veroordeling Manderen tot nakoming bouwplicht Westermoskee met aangepaste dwangsommen
Manderen kocht in 1994 een terrein in Amsterdam met de bedoeling een moskee te bouwen. Diverse overeenkomsten met de gemeente en woningbouwvereniging Het Oosten betroffen de ontwikkeling van het terrein, inclusief de Westermoskee. In 2005 verkocht Manderen het terrein aan de gemeente, met afspraken over erfpacht en bouwverplichtingen.
De rechtbank veroordeelde Manderen tot nakoming van de bouwplicht en stelde dwangsommen vast bij niet-nakoming. Manderen ging in hoger beroep en stelde dat de termijnen onredelijk waren en dat vertraging deels door de gemeente werd veroorzaakt. Het hof oordeelde dat Manderen onvoldoende had onderbouwd dat de gemeente vertraging veroorzaakte en erkende dat de beëindiging van de samenwerking met Stadgenoot de bouw bemoeilijkte.
Het hof vernietigde het vonnis voor wat betreft de dwangsommen en termijnen, stelde nieuwe termijnen en dwangsommen vast, waaronder een dwangsom van €1.000.000,- bij niet-aanvang binnen negen maanden en €100.000,- per 30 dagen vertraging, met een maximum van €2.500.000,-. Het hof bekrachtigde het vonnis voor het overige en compenseerde de proceskosten.
Uitkomst: Manderen wordt veroordeeld tot nakoming van de bouwplicht met aangepaste termijnen en dwangsommen, waarbij het eerdere vonnis voor dit onderdeel wordt vernietigd.