ECLI:NL:RBAMS:2009:BL8946
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Nakoming erfpachtovereenkomst en bouw Westermoskee na geschil over grondprijs en voorwaarden
De zaak betreft een geschil tussen de Gemeente Amsterdam en Manderen B.V. over de verkoop en erfpacht van een perceel grond voor de bouw van de Westermoskee in Amsterdam. Manderen verkocht het perceel aan de Gemeente voor €6,13 miljoen, waarna de grond in erfpacht werd teruggegeven. Manderen weigerde echter mee te werken aan het vestigen van de erfpacht, ondanks betaling van de canon.
De Gemeente vorderde nakoming van de erfpachtovereenkomst en start van de bouw van de moskee, terwijl Manderen zich beroept op misbruik van omstandigheden, dwaling en bedrog, stellende dat de Gemeente de grond voor een te lage prijs had gekocht en zich had verrijkt ten koste van de geloofsgemeenschap.
De rechtbank oordeelde dat Manderen onvoldoende bewijs leverde voor haar stellingen en dat een rechtsgeldige overeenkomst tot stand was gekomen. De koopsom was mede gebaseerd op de grondwaarde bij erfpacht en was niet onredelijk. Manderen werd veroordeeld tot nakoming van haar verplichtingen, waaronder het starten van de bouw binnen drie maanden, en tot medewerking aan een akte van waardeloosheid van ontbindende voorwaarden.
De vordering van Manderen tot opheffing van het beslag op het depot werd toegewezen, terwijl haar vordering tot een verklaring van onrechtmatig handelen en schadevergoeding werd afgewezen. De Gemeente werd veroordeeld in de kosten van het geding.
Uitkomst: Manderen wordt veroordeeld tot nakoming van de erfpachtovereenkomst en start van de bouw van de Westermoskee binnen drie maanden, met opheffing van het beslag door de Gemeente.